Making of

 

Home • Nieuws • Projecten • Over TLMG • Behind the Scenes • Making of • Bestellen • Contact


Naar aanleiding van onze films vinden we steeds vaker de vraag in onze mailbox: "Hoe doen jullie dat eigenlijk?" Vandaar dat we op deze website ook aandacht besteden aan "the making of." Hoewel een smid zijn geheimen doorgaans niet verklapt, zullen we op deze pagina beschrijven welke middelen we waarvoor gebruiken. Mocht je hierna nog vragen hebben, dan kun je ons natuurlijk altijd mailen, maar we willen wel graag met klem benadrukken dat we geen helpdesk willen zijn voor technische problemen. Deze pagina schetst slechts een beknopt beeld van wat er allemaal bij videobewerking kan komen kijken.

De eerste vraag die je jezelf moet stellen is: "Wat wil ik er allemaal mee kunnen doen?" Op basis van het antwoord op die vraag kun je namelijk beslissen wat je allemaal wel en/of juist niet aan moet schaffen.



Opname


De juiste camera

Het begint natuurlijk allemaal met een camera. Eigenlijk zijn er tegenwoordig hoofdzakelijk digitale camera's verkrijgbaar, dus de discussie of je die wel of niet wilt kopen zullen we hier achterwege laten; deze bieden gewoon voor consumenten de best mogelijke beeldkwaliteit. Wel kun je kiezen uit drie tapeformaten, MiniDV, Digital8 en MicroDV. MiniDV heeft als voordeel dat de tapes relatief goedkoop zijn en dat het kwalitatief de betere keuze is, maar met het blote oog zul je in eerste instantie het verschil met Digital8 niet zo snel merken. Het nadeel van MiniDV is wel dat de tapes niet verkrijgbaar zijn in een opnametijd van langer dan een uur. Dit laatste kan vervelend (maar niet geheel onoverkomelijk) zijn bij het registreren van bijvoorbeeld bruiloften en voorstellingen, maar ook wanneer je een gemonteerd eindproduct van langer dan een uur wilt wegschrijven naar MiniDV (hier komen we later op terug). MicroDV camera's zijn over het algemeen niet altijd aan te raden omdat veel montagesoftware deze camera's (nog) niet herkent.

Digital8 heeft als voordeel dat de tapes in een opnametijd van 90 minuten verkrijgbaar zijn. De tapes zijn echter ook een stuk duurder. Het grote voordeel van veel Digital8 camera's is echter dat je het Digital8 formaat ook op kunt nemen op gewone Video Hi8 tapes. Bovendien kun je Video8 tapes en Video Hi8 tapes vaak gewoon op Digital8 camera's afspelen. Handig als je hier nog veel (ouder) videomateriaal van hebt liggen!

Nogmaals: afhankelijk van wat je ermee gaat doen, kies je een camera. Wij schieten op beide formaten. Dit kwam toevallig zo uit, omdat Michiel vroeger op Video8 filmde en dus een Digital8 camera kocht. Bertil wilde in eerste instantie een kleine camera (makkelijk mee te nemen, handig in themaparken en in attracties) en dit gold ook voor Peter (lichtgewicht, onontbeerlijk in de bergen). Als je een kleine camera wilt, maar toch kwaliteitsopnamen wilt maken kom je meestal uit op camera's die opnemen op MiniDV. Onze compacte camera´s zijn allen van het (uitstekende) merk Sony.

Vrijwel alle camera´s die bij de normale consumentenelectronicazaken verkrijgbaar zijn, maken opnamen van kwaliteit die prima is voor consumenten. Wij wilden het op een gegeven moment wat professioneler aanpakken en zijn toen veel van ons materiaal met een professionele camera van het merk Canon, type XL1. gaan schieten. De beeld- en geluidskwaliteit waren nog beter en de camera had meer aansluitmogelijkheden. Inmiddels draaien we alweer met de opvolger van de XL1, de XL2.

Als je je geschoten materiaal met de computer wilt gaan bewerken moet de camera bovendien beschikken over een FireWire (1394) aansluiting, oftewel DV-out. De meeste digitale camera's hebben dit, omdat dit eigenlijk DE manier is om je camera te gebruiken om het geschoten materiaal zonder kwaliteitsverlies op je computer te krijgen.

Niet elke camera heeft echter ook een DV-in mogelijkheid. Dit is ook iets wat je niet fysiek aan een camera kunt zien. Het is echter wel van belang als je vanuit je computer weer materiaal wilt wegschrijven naar digitale tape. Aangezien dit de beste manier is om je materiaal te bewaren buiten je computer (zelfs beter dan op DVD) is dit niet geheel onbelangrijk. De meeste camera's hebben echter niet vanzelfsprekend een DV-in mogelijkheid. Aangezien je camera dan namelijk opeens ook gebruikt kan worden als videorecorder, wordt het apparaat vanwege de Europese regelgeving ook een stuk duurder. Dit is echter wel iets waar je op wilt letten bij de aanschaf!


Accessoires

Het meest voor de hand liggend is natuurlijk een tas voor het behoud van je camera tijdens transport. In het geval van Sony zijn er zogenaamde starter kits verkrijgbaar, die sowieso de aanschaf waard zijn. Deze pakketten bevatten doorgaans een passende tas, een videolamp, een extra batterij en een tape, zodat je snel aan de slag kunt.

Een videolamp is met de huidige camera's steeds minder nodig. De meeste camera's hebben slechts het licht van een kaars nodig om opnamen te kunnen maken. Het is echter wel zo dat hoe donkerder het is, hoe korreliger de opname wordt. Een videolamp kan hierbij uitkomst bieden. Om een wat natuurlijker effect te krijgen (de meeste videolampen hebben een hotspot als resultaat) kun je hiervoor een stukje frostfilter plakken (wij adviseren Lee 216, Rosco 119 of vergelijkbaar). Om weerkaatsingen in ruiten te voorkomen of wanneer je tegen wat licht in wilt kunnen filmen zijn er diverse filters verkrijgbaar die je voor je lens kunt draaien. Hiermee bescherm je tevens de lens van je camera tegen krassen.

Nogmaals: het hangt er allemaal vanaf waar je je camera voor gaat gebruiken. Voor strakke beelden (en dus een professionele look) is een goed statief een must (eventueel in combinatie met een afstandsbediening). Maak je slechts bij gelegenheid wat beelden uit de losse pols, dan zal je een statief minder snel nodig hebben. Een statief is in ieder geval noodzakelijk wanneer je veel in wilt kunnen zoomen of wanneer je een telelens wilt kunnen gebruiken.

Van alle accessoires die er voor je camera verkrijgbaar zijn kunnen we echter een groothoeklens het meest aanraden. Eigenlijk zou dit de lens moeten zijn die standaard op je camera geleverd wordt. Aangezien het echter meestal een flink stuk geslepen glas is, zou een camera daar fors duurder van worden. Vrijwel iedereen die wel eens iets met zijn/haar camera doet, heeft profijt van een dergelijke lens, vooral wanneer je binnen filmt. Let er bij de aanschaf wel op dat je er altijd eentje neemt van een goede kwaliteit; dus geen plastic, maar echt glas. Dit scheelt aanzienlijk in de hoeveelheid licht die doorgelaten wordt. Wanneer je de filmpjes ook op computers (bijvoorbeeld via Internet, zoals wij) wilt kunnen vertonen, houd daar dan rekening mee bij de selectie van je groothoeklens. Veel groothoeklenzen vervormen in de buitenste hoeken en soms is er zelfs een zwarte ring om het beeld zichtbaar. Dit zul je op een gewone televisie niet zien, maar op een computerscherm wel!

Geluid is een apart verhaal. Verreweg de meest voorkomende ergernis bij de ingebouwde microfoons van de hedendaagse camera's is het opgenomen geluid van de motor van de camera. Hoe kleiner de camera, hoe eerder dit zal optreden. Gelukkig proberen fabrikanten hier ook iets aan te doen. Zo zit bij veel compacte camera's de ingebouwde microfoon aan de boven- i.p.v. voorzijde. Dit heeft echter als nadeel dat er dan nog meer omgevingsgeluid wordt opgenomen, iets wat bijzonder slecht uitpakt wanneer je iemand voor de camera in een rumoerige omgeving iets wilt laten vertellen.

Een externe microfoon kan uitkomst bieden, maar zijn ook niet altijd even ideaal. Gun-microfoons zijn kwalitatief het best, maar zijn vaak mono, met als gevolg dat je dit later bij monteren in stereo weer moet corrigeren; weg mooi stereogeluid. Vaak hebben dergelijke microfoons voor camera's ook een zoomstand, die overigens wel stereo is. Zoomstand houdt hier in dat de gevoeligheid van de microfoon vergroot wordt naarmate je meer inzoomt. Dit is een uitstekende oplossing, maar houd er wel rekening mee dat wanneer je helemaal uitzoomt, de microfoon gewoon weer het motorgeluid van de camera zal opvangen. Om geruis van de wind tegen te gaan, zijn er speciale windkappen verkrijgbaar.

Wij hebben inmiddels zelf voor een "en-en oplossing" gekozen wanneer we iets voor een camera willen vertellen. De Canon XL2 biedt net als elke camera de mogelijkheid om in totaal vier geluidssporen (4x mono = 2x stereo) op te nemen. Het verschil is echter dat deze camera er ook de aansluitingen voor heeft en je deze kunt instellen. Op de camera is standaard een externe stereo microfoon bevestigd, welke is voorzien van een windkap. Deze geeft standaard een mooi geluid en neemt geen motorgeluiden van de camera op. Wanneer we iets willen vertellen gebruiken we een draadloze reversmicrofoonset. Hierbij is ook de ontvanger portable (op de camera te bevestigen) zodat we hier in elke situatie gebruik van kunnen maken. Deze microfoon is (net als vrijwel alle gangbare professionele microfoons) ook mono, maar met een splitter sturen we die meestal weer stereo de camera in. Dit soort zendersets is echter geen goedkope oplossing en niet iedereen zal dit dan ook het geld waard vinden.

Tenslotte: als je koste wat kost onder alle weersomstandigheden wilt kunnen filmen, kies dan voor een echte raincover. Ga niet zelf aan lopen modderen met plastic zakjes of huishoudfolie; waterdicht wordt het nooit en aangezien dit materiaal niet "ademt" kan de condens veroorzaakt door lichaamswarmte misschien nog wel erger uitpakken dan die paar regendruppels.



Bewerken

Invoer

Om het materiaal met de computer te kunnen bewerken zul je het eerst van je camera naar de harde schijf op je computer moeten zetten. Dit doe je door je camera met een FireWire kabel aan te sluiten op je computer. Zet je camera op de afspeelstand en met de capturesoftware op je computer kun je nu de camera bedienen.

Je hebt hiervoor nodig:

  • Een snelle computer. Videomontage op zich kan met de meeste hedendaagse computers zonder problemen. Het is zelfs mogelijk met systemen voorzien van een Pentium 350 MHz met 128 MB geheugen. Dergelijke computers kunnen echter de meeste hedendaagse videobewerkingssoftware niet aan en daar gaat het uiteindelijk wel om. Processoren met HyperThreading zijn aan te bevelen, in het geval van sommige software zelfs een must. Onze snelste computer is momenteel een Pentium IV 3.4 GHz en heeft 1 Gb geheugen;

  • Een grote harde schijf. Digital Video neemt zeer veel ruimte in op je harde schijf. Kies altijd voor opname in de beste kwaliteit (DV AVI). Hierbij geldt dat 17 minuten en 55 seconden 4 Gb (4.096 MB) aan schijfruimte inneemt. Houd qua ruimte ook rekening met flink veel tijdelijke bestanden tijdens het bewerken, eigenlijk 1 op 1. Uiteindelijk wil je je montage (het eindproduct) ook omzetten in één DV AVI bestand. Vergeet niet om hiervoor ook ruimte vrij te houden;

  • Een capturekaart of videobewerkingskaart. Het verschil is dat de videobewerkingskaart de functionaliteit van een capturekaart standaard aan boord heeft. Een capturekaart is eigenlijk niet meer dan een FireWire aansluiting voor je computer. De meest recente computers en moederborden hebben echter standaard een FireWire aansluiting, aangezien deze tegenwoordig ook heel gebruikelijk is voor het aansluiten van externe schijfapparaten. Capturen via dergelijke aansluitingen is alleen aan te raden met een echt snelle processor, anders kunnen er frames wegvallen bij de opname. De videobewerkingskaart neemt hardwarematig op, vaak met bijgeleverde software, waarbij de processor minimaal belast wordt.


Montage

Bij de instapmodellen videobewerkingskaarten wordt doorgaans ook instapsoftware geleverd. Het voordeel van combinatiepakketten van software en kaart is echter wel dat deze naadloos met elkaar samenwerken, wat de stabiliteit ten goede komt. Vaak werken de goedkope pakketten echter minimaal.

Wij zijn zelf ooit begonnen met Pinnacle Studio. Eerlijk is eerlijk, dit is gewoon de beste software om mee te beginnen. Het biedt zeer veel mogelijkheden voor een relatief redelijke prijs en met de intuïtieve interface leer je vrij snel de basisbegrippen van videobewerking. Maar naarmate je meer video bewerkt, of wanneer je films wilt maken die langer zijn dan een uurtje, of die veel titels en overgangen bevatten, zul je tot de conclusie komen dat stabiliteit verreweg het belangrijkst is. Niets is meer frustrerend dan in je creativiteit steeds voor tweede keus te moeten gaan alleen omdat het programma dan niet vast loopt. Pinnacle Studio scoort op stabiliteit ronduit slecht (in ALLE ons tot nu toe bekende versies) en als je eenmaal zeker weet dat videobewerking iets voor je is, dan is het het geld zeker waard om verder te kijken.

Je komt dan vanzelf uit bij de wat professionele pakketten van Canopus, Ulead, Pinnacle (ja, ze kunnen het wel hoor) en Matrox. Voor dit laatste merk hebben wij gekozen, daar dit vooralsnog het enige merk is dat gebundeld wordt met de software van Adobe. Met Adobe hebben we ook een hele tijd goede ervaringen gehad, toen dit nog gebundeld werd verkocht met de Pinnacle DV500 kaart. Pinnacle heeft op een gegeven moment besloten om de samenwerking met Adobe te verbreken en verder te gaan met de eigen software, genaamd Edition. Hier horen we goede berichten over (ook wat betreft de stabiliteit, bovendien gebruikt het programma de processor van de grafische kaart om te helpen renderen waar dat toch nodig is), maar we hebben er zelf geen ervaring mee. De pakketten van Adobe zijn weliswaar in eerste instantie een stuk minder gemakkelijk te bedienen, maar als je er eenmaal aan gewend bent, kun je er dan ook veel meer mee. Bovendien biedt Adobe het voordeel van integratie met andere bewerkingssoftware zoals bijvoorbeeld Photoshop en Encore DVD.

Het voordeel van een hardware-/softwarebundel is dat beiden met elkaar geïntegreerd zijn. De kaart neemt een groot deel van de rendercapaciteit van de betreffende software voor haar rekening. Eigenlijk levert de hardwarefabrikant een serie plug-ins bij de montagesoftware om deze met de kaart te laten werken. Hierdoor kunnen de meeste overgangen en effecten real-time worden toe- en aangepast, zonder daarbij afhankelijk te zijn van de processor of het werkgeheugen van de computer. Dit komt de creativiteit ten goede omdat je standaard niet voor de simpelste oplossing hoeft te kiezen wanneer je geen zin hebt om te wachten. Het betekent bovendien tijdswinst!

Met dergelijke pakketen kan bovendien continu realtime het resultaat op een aangesloten televisietoestel worden bekeken, waardoor je ook een veel beter idee krijgt van de uiteindelijke kleur, helderheid en contrast van het beeld. Ook dit kun je bovendien real-time aanpassen.

Zoals gezegd monteren wij momenteel met Adobe Premiere Pro, in combinatie met de Matrox RT.X10/100 kaart. Hiermee kun je zeer eenvoudig monteren, maar ook complexe bewerkingen uitvoeren. Je zult vanzelf merken dat je, naarmate je meer leert over het programma, je je er ook naar gaat gedragen als je gaat filmen. Zo proberen wij zelf voor een camera nooit meer iets met de hand aan te wijzen en dan met de camera te volgen, maar schieten dat wat we aan willen wijzen later pas, omdat we weten dat we het in de montage heel eenvoudig over het verhaal heen kunnen plakken. Filmen bij exact de juiste lichtomstandigheden is ook niet altijd een must meer, met digitale kleurcorrectie is immers achteraf nog een hoop mogelijk.

Adobe Premiere Pro bevat een eigen prima titelgenerator. Soms grijpen we nog wel eens terug naar oudere software omdat hier standaard lettertypes in zitten die Premiere Pro niet heeft. Maar in principe kun je met de ingebouwde titelgenerator alles volledig aanpassen, zelfs in Adobe Photoshop als je dat wilt. Adobe Photoshop is sowieso een krachtige tool bij het gebruik van graphics, maskers en titels. Speciale overgangen en effecten kunnen ook worden bereikt met losse software die samenwerkt met Premiere, bijvoorbeeld Pinnacle Hollywood FX.

Ook Audio is prima te bewerken binnen Premiere, maar voor degenen die toch veeleisend zijn (en dat zijn wij) is er Adobe Audition, de waardige opvolger van CoolEdit. Met Premiere Pro is het tenslotte ook nog mogelijk om een echte Dolby Digital 5.1 geluidsmix te maken, welke je later kunt gebruiken wanneer je een DVD gaat maken. Houd er wel rekening mee dat dit een proces is dat door de huidige videobewerkingskaarten nog niet ondersteund wordt en dat je dit dus moet doen in een nieuw project waarin alle functionaliteit van de videobewerkingshardware uitgeschakeld is. Daarnaast heb je hiervoor een geluidskaart nodig die ASIO 2.0 ondersteunt, zodat je alles realtime kunt terugluisteren. Ook dien je voor het coderen in Dolby Digital 5.1 een apart stukje software aan te schaffen. Dit zit al ingebakken in Premiere Pro, maar dit kun je slechts drie keer gebruiken, hierna is registratie en betaling vereist. Het zal je niet verbazen dat je voor het mixen in 5.1, een 5.1 speakerset nodig hebt (die overigens niet digitaal aangesloten dient te zijn).



Uitvoer

Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat andere mensen je film zien (tegen de tijd dat je klaar bent met monteren ken je hem ondertussen zelf wel). De beste kwaliteit om de film te bewaren is DV-AVI. Als je voldoende schijfruimte hebt, bewaar hem dan op je harde schijf, wil je deze schijfruimte niet opofferen, schrijf de film dan weg naar een DV-tape en berg deze veilig op, op een droge, donkere, koele plaats. Zet de tape rechtop (als een boek), teruggespoeld en met de tape op de onderste spoel.

Je kunt de film 1 op 1 afspelen naar een videorecorder. Wanneer je alleen een FireWire aansluiting hebt kan dit via je videocamera met DV-ingang en dan met cinch/SVHS naar je tv/videorecorder. Wanneer je een videobewerkingskaart hebt kan dit rechtstreeks. Ook kun je met de meeste videobewerkingssoftware rechtstreeks exporteren naar de bekende webformaten (RealVideo, Windows Media en soms ook Quicktime).

Nog leuker is het om van je project een DVD te maken, met behulp van een DVD-writer. De mogelijkheden zijn een droom voor elke filmmaker. Directe scènetoegang (nooit meer hoeven spoelen), interactieve menu's, digitale beeld- en geluidskwaliteit (slijt niet van afspelen) en wat we zelf steeds leuker beginnen te vinden: het toevoegen van extra's! Scènes die in de film niet thuis horen, hoef je nu niet meer weg te gooien, maar plaats je op de DVD in het menu "Deleted Scenes." Bloopers doen het ook altijd erg goed.

Na Pinnacle Studio zijn we voor DVD's overgestapt op Encore DVD, tevens van Adobe. Wederom voornamelijk vanwege de stabiliteit. Je werkt namelijk met DV AVI bestanden, maar wanneer je hiervan een DVD gaat maken, rendert de software je film automatisch om naar het MPEG-formaat. Dit proces kan meerdere uren in beslag nemen en wanneer dit keer op keer mislukt, gaat de lol er op een gegeven moment af. Bovendien doet dit programma tenminste wat het belooft; het eindresultaat ziet er hetzelfde uit als in preview mode en het werkt samen met de Matrox-kaart, waardoor je ook je DVD realtime kunt bekijken op een aangesloten televisietoestel.

Encore biedt bovendien alle mogelijkheden die je je maar kunt wensen, tot ondertiteling, knopvolgorde en meerdere geluidssporen aan toe. Zelfs een Dolby Digital 5.1 soundtrack kun je kwijt.

Om het af te maken, maken we voor de DVD ook een mooie hoes en een label. Dit kan met diverse software. Wij gebruiken hiervoor Adobe Photoshop.
 


Tips

Hieronder geven we een aantal tips en proberen we een aantal misverstanden op te helderen.

Codecs
Niet al je DV-AVI bestanden kun je op elke willekeurige computer afspelen. Matrox werkt bijvoorbeeld met zijn eigen formaat DV-AVI, dat dus alleen op gelijk uitgeruste systemen binnen Adobe Premiere Pro goed afgespeeld kan worden. Een dergelijk versleutelingsprincipe noemt men "codec." De Matrox codec werkt ook prima in bijvoorbeeld Windows Media Player, maar aangezien ook het geluid een speciale codectoepassing heeft, kan dit enigszins vervormd klinken. Mocht je het eindproduct toch als universeel DV-AVI bestand willen bewaren, dan kun je ervoor kiezen om het bestand te renderen naar het gewenste type DV-AVI.


Capturen in previewkwaliteit
Sommige videobewerkingssoftware biedt de mogelijkheid om een tape in previewkwaliteit te capturen. Dit houdt in dat het beeld- en geluidsmateriaal in een lagere resolutie en beperkte geluidskwaliteit wordt binnengehaald. Dit scheelt dus schijfruimte tijdens het bewerken (en werkt hierdoor ook iets sneller). Wanneer het project is voltooid kun je een DV-AVI bestand in volledige kwaliteit laten maken. De software haalt dan alleen van de tape wat ook daadwerkelijk gebruikt wordt voor je film en monteert deze vervolgens als het ware opnieuw. Deze methode is echter absoluut niet aan te raden, omdat hij verre van accuraat is. De enige manier waarop deze methode wel accuraat is, is wanneer de opname op de tape aan één stuk genomen is. Dit is zelfs bij registraties van bijvoorbeeld voorstellingen zelden het geval.


Videobewerking met meerdere pakketten tegelijk
Het kan natuurlijk voorkomen dat je de ene bewerking liever uitvoert in het ene pakket en de andere bewerking in een ander pakket. Let dan eerst op hoe een pakket opgenomen video herkent bij het capturen. Voorbeeld: Pinnacle Studio neemt een hele tape op als één DV-AVI bestand en genereert daarbij een bestand met herkenningspunten dat alleen door Studio te lezen is. De herkenningspunten vormen dan de losse scènes in het projectvenster van Studio, die over het algemeen gebaseerd zijn op wanneer je tijdens het filmen op record/stop hebt gedrukt. Adobe Premiere Pro herkent alle opgenomen video echter als losse DV-AVI bestanden, ook weer gebaseerd op wanneer je tijdens het filmen op record/stop hebt gedrukt. In beide gevallen is het dan lastig om in het tegenovergestelde pakket met de bestanden te werken omdat het flink zoeken wordt. In ons geval: Matrox levert bij de bundel een programma dat van alle scènes meteen een los videobestand maakt. Zo kun je ook nog eens wat weggooien. Tenslotte wijzen we er nogmaals op dat videobewerking met meerdere pakketten tegelijk alleen werkt als op het betreffende systeem van elk pakket de juiste codec is geïnstalleerd.


Kwaliteitsmisverstanden

  • Het eindproduct is het beste te bewaren als DV-AVI bestand op je harde schijf, omdat je hier verder niets aan hoeft te doen. Een harde schijf kan echter ooit eens crashen en het zou zonde zijn als je dan geen backup hebt. Schrijf daarom je eindproduct via FireWire weg naar een digitale tape. Hierbij treedt geen kwaliteitsverlies op. Wanneer je de elders op deze pagina genoemde opbergmethode hanteert kun je na vijf, zes jaar met een gerust hart constateren dat de film op de digitale tape er nog steeds hetzelfde uit ziet. De informatie op de tape is immers digitaal, m.a.w. het staat er goed op, of het staat er (deels) helemaal niet op. Van er slecht op staan is geen sprake. Om te voorkomen dat de tape in de cassette aan elkaar gaat plakken kun je hem een keer per jaar eens heen en weer spoelen. Maar het verhaal zoals bij VHS, dat de tape op spanning moet blijven omdat de film anders verslechtert, gaat hier niet op;

  • Veel mensen weten dat op een DVD een film in MPEG-formaat is opgeslagen en trekken daaruit meteen de conclusie dat MPEG daarom het beste formaat is om mee te werken. Dit is niet waar. Capture daarom altijd in DV-AVI formaat en maak daar ook je master van. Wat je dan vervolgens op DVD of op het web zet in wat voor kwaliteit dan ook, staat daar verder los van;

  • Verklaar DVD niet heilig. Ook een DVD-schijf heeft niet het eeuwige leven. Er kunnen krassen op komen en ook in de kast vergaat de data heel langzaam. Fabrikanten zeggen dat een schijfje 30 jaar meegaat, maar dit hebben ze nog niet kunnen bewijzen. Wij raden aan om van de DVD een image-bestand op je harde schijf achter te laten. Dit image-bestand is zeer eenvoudig te maken met een programma als Nero. Pinnacle en Adobe bieden in hun DVD-software ook de mogelijkheid om een image te maken.


Dual display videokaarten
Met name de duurdere videobewerkingspakketten zijn wat betreft de interface volledig aanpasbaar. Bovendien bieden dergelijke pakketten zoveel mogelijkheden, menu's en extra vensters dat één scherm eigenlijk niet genoeg is. Gelukkig zijn er tegenwoordig beeldschermkaarten verkrijgbaar die twee of meerdere VGA-(of DVI-)uitgangen hebben. Je hebt nu twee (of meerdere) monitoren i.p.v. één, hetgeen ook handig kan zijn als je meerdere applicaties tegelijk uit wilt voeren. Maar programma's als Premiere Pro of Pinnacle Edition kunnen nu worden "uitgesmeerd" over twee schermen; je desktop wordt dus twee keer zo breed. Dit lijkt misschien overdreven, maar als je dit eenmaal gezien hebt, wil je voor videobewerking nooit meer anders. Hooguit NOG een scherm erbij...


Werk op een schoon systeem
Iedereen die een beetje verstand van videobewerking heeft zal dit bevestigen. Echter, de meeste fabrikanten en dealers willen ons doen geloven dat je een computer dan alleen maar voor videobewerking mag gebruiken en hier vooral geen spelletjes op mag installeren. Dit is echt klinkklare onzin. Natuurlijk KUNNEN er dan wel conflicten en storingen optreden, maar zoiets moet altijd eerst blijken en is geen gegeven. Om te voorkomen dat klanten continu de supportafdeling lastig vallen, roept men dan maar dat een editing pc alleen een editing pc mag zijn. Flauwekul. Wij gebruiken alledrie onze computers (in verschillende configuraties) ook voor Internet, E-mail, games, tekstverwerking, spreadsheets etc. etc. Niets aan de hand.

Het zijn niet eens de games waar je je tegenwoordig zorgen om moet maken. Het is meer de zogenaamd "handige bijgeleverde software" van hardwarefabrikanten die ongevraagd allerlei continu op de achtergrond draaiende processen op je computer installeert. Denk hierbij aan geluidskaarten (Creative plakt een extra startbalk op je desktop en zorgt ervoor dat zijn eigen mediaspeler eigenlijk continu draait, zodat-ie lekker snel opgestart wordt), webcams (Logitech zoekt continu naar updates op het Internet) en printers/scanners (HP spant de kroon, de producten zijn steengoed, maar alles wordt standaard draaiend geïnstalleerd, inclusief het zoeken naar updates, alsof je de hele dag wilt gaan zitten scannen en/of printen). Maar eerlijk is eerlijk: met de tegenwoordige snelheid van de processoren en de grote hoeveelheid geheugen in de PC zou een achtergrondprocesje meer of minder niet uit mogen maken.

Er zijn echter ook wel games die het videobewerken bemoeilijken. Zo zijn er in het verleden games geweest die voor hun animaties een eigen videocodec installeerden. Dat is natuurlijk vragen om problemen. En zo zijn er meerdere games/applicaties die bestanden of instellingen KUNNEN overschrijven (maar dat hoeft niet altijd). We raden dan ook aan om te werken met een programma als Ghost van Norton. Hiermee kun je een image van je installatie maken op het moment dat je zeker weet dat alles naar behoren werkt. Daarna kun je zoveel installeren als je maar wilt; als je conflicten tegen komt, zet je gewoon het image bestand terug. Dit is niet alleen een veilig idee, je systeem blijft daardoor ook schoon.

En tenslotte, verdiep je eens in het aantal processen dat op jouw computer draait; wat wordt er eigenlijk allemaal opgestart op het moment dat je je computer aan zet? En wat heb je daarvan allemaal wel en niet nodig bij het videobewerken? Wanneer je een snelle computer hebt is er niet veel aan de hand, maar wanneer het allemaal wat traag gaat, kun je bijvoorbeeld je virusscanner tijdens het bewerken van video best missen.


Raid 0 (striping) schijfconfiguraties
Bij een Raid 0 configuratie werken twee even grote harde schijven samen als één grote harde schijf, door ze softwarematig aan elkaar te koppelen. Dit kan vaak zowel in Windows als in je BIOS. Je koopt bijvoorbeeld twee harde schijven van 250 Gb; in een Raid 0 configuratie wordt dit door het besturingssysteem dan gezien als één schijf van 500 Gb. Afhankelijk van de gekozen clustergrootte kan de daadwerkelijke hoeveelheid opslagruimte dan uiteindelijk bijvoorbeeld 467 Gb bedragen. Er wordt dan verdeeld over deze twee schijven gelezen en geschreven, met als voordeel dat de toegang tot bestanden stukken sneller is. Vooral met videobestanden (die meestal groot zijn) werkt deze extra snelheid erg lekker.

Er heeft een hele tijd een discussie gewoed of dergelijke configuraties nu wel stabiel genoeg waren. Immers: wanneer er één van de twee schijven crasht ben je al je data kwijt. Wij werken inmiddels al een tijdje met degelijke configuraties en we hebben geconstateerd dat dit prima werkt, zolang je maar snelle schijven neemt (minimaal 7200 rpm). Als er al een schijfcrash optreedt, wat bij ons wel eens is gebeurd, dan valt of staat dit met het schrijven (in de zin van b.v. verplaatsen) van één enkel bestand. Opnieuw opstarten is dan voldoende en het besturingssysteem (Windows XP) biedt dan een herstelmogelijkheid. In de meeste gevallen is het bestand in kwestie dan niet eens beschadigd.

Raid 0 werkt dus prima voor videobewerking (er zijn immers ook Raid-configuraties denkbaar waarbij alles wat je opslaat, dubbel wordt weggeschreven naar een extra schijf of set schijven). We raden alleen wel iedereen aan om de brontapes nooit te wissen voor het eindproduct van een film naar DV tape is geschreven.



Meer over videobewerking

Als je nog meer wilt weten over videobewerking kun je ons natuurlijk altijd mailen, of een kijkje nemen op de volgende, uitgebreidere site:


Home • Nieuws • Projecten • Over TLMG • Behind the Scenes • Making of • Bestellen • Contact