 |
21:29 uur door Bertil.
Vandaag van het zuiden van Wales naar het Noorden van Wales. Een behoorlijke
lange reisdag met een tussenstop onderweg. Natuurlijk eerst ontbeten en alle
zooi weer naar de auto gebracht. Daarna nog even het hotel 'geschoten' en toen
op weg. De tussenstop die we zouden maken zou bij de duivel zijn...
'Devils Bridge' is een plaatsje halverwege Wales, bestaand uit anderhalf huis,
een hotel en een brug, of eigenlijk drie! Hoe zit dat? Rond het jaar 1100 hebben
monniken uit de omgeving hier een brug over een wild stromende rivier gelegd, om
zo de overkant te kunnen bereiken (waar zijn bruggen anders voor). Het verhaal
is echter dat de duivel de brug zou hebben gebouwd voor een oud vrouwtje wiens
koe aan de overkant stond. Voor het bouwen van de brug wilde de duivel
natuurlijk haar ziel hebben, hij eindigde echter met de ziel van de hond van de
vrouw en Devils Bridge had een naam en een verhaal.
Vervolgens is in de middeleeuwen een tweede brug over de eerste heen gemaakt.
Daarna nog eentje voor het verkeer van tegenwoordig over de tweede heen. Gevolg
is een stapel van drie bruggen. Wat spectaculairder van deze
'bezienswaardigheid' is, is de waterval die het water maakt, nadat het onder de
brug door is gegaan. Er loopt een pad rondom de waterval in een zeer bosrijke
omgeving. Deze wandeling hebben we dus maar gedaan.
Ik hoef hier natuurlijk niet uit te leggen hoe een waterval in elkaar zit, maar
het pad er omheen door de bossen, was erg leuk en zelfs spannend. Het pad begon
makkelijk maar liep daarna steil naar beneden. Zelfs zo steil dat er een trap
was aangelegd. Het stuk waar de trap erg steil naar beneden ging had de naam
'Jacobs Steps' gekregen. 'What comes down, must come up' en dus moesten wij uit
het dal weer via een andere 'trap' terug omhoog. Het was allemaal zeer de moeite
waard.
En dan gebeurt het toch dat je Nederlanders op vakantie tegenkomt. Terug op de
parkeerplaats van de watervallen en de bruggen, kwam er een man op ons af die,
in het Nederlands, vroeg of de waterval de moeite van het bezoeken waard was. We
hebben even staan praten waarbij de man duidelijk om een praatje verlegen zat.
Na de nodige 'formaliteiten' zijn we allemaal onze eigen weg weer gegaan.
Verder naar het noorden en hoe noordelijker je komt, hoe ruiger het landschap en
hoe smaller de wegen. Soms is het met gevaar voor eigen leven dat je een
tegenligger passeert. Er is geen recht stukje weg te vinden in deze punt van de
wereld en het gaat ook nog eens omhoog en omlaag en soms zelf tegelijkertijd. De
weg heeft meestal 'muren' (soms van steen, soms van bosjes) aan beide kanten en
je kan dus geen kant op. De meeste wegen worden gescheiden door de strepen in
het midden van de weg, maar soms is de weg zo smal, dat zelfs dat achterwege
gelaten wordt. Je mag op deze wegen 97 KM per uur (60 Miles per uur), maar dat
wil je echt niet!
Het noorden is, zogezegd, ruiger, lijkt meer op Schotland. Op dit moment zitten
we aan de kust van de Atlantische Oceaan. Naast de deur (waar we vandaag
doorheen gereden zijn) ligt het 'Snowdonia National Park'. Hier gaan we morgen
de hoogste berg van Wales op; de Snowdon (1085m). Maar dat is voor Michiel om
morgen uit de doeken te doen.
Uitspraken van de dag:
Michiel - (rijdend door het landschap) "Ik rijd
gewoon weer door een ansichtkaart"
Bertil - (rijdend door het landschap) - "Als
het nu nog landelijker wordt, dan wil mijn auto
straks alleen nog vegetarische benzine!"
|
 |